zaterdag 12 februari 2011

ravenei

Hij zag het einde van de straat.
En toen was hij er voorbij.
Kiezels, modder en onkruid.
Niemand riep zijn naam
vanuit een struik of een open raam.
Er was geen geluid.

Dag vee. ’n Hiaat: zij had ‘n ster
Wij betoveren oor in hasj
Red zelden d‘r Kuikens Mooi
Den maan en jij ’n prima Z
Sterf en kom uit op ravenei, nu aan E
Genegeerd als uw I




· Een prima Z. Prima als nummer 1, de eerste, en Z is de laatste. De eerste en de laatste dus.
· Aan E is? Wordt E hier toegesproken, of is Z ‘aan E’ waarbij E een afkorting voor een verslavende substantie is (Ether? Ecstacy? Eigeelmilkshakes?)
· De genegeerde geofferde I wiens woorden werden herschreven en die zichzelf nooit zou herkennen. Alhoewel.. het is ‘uw I’. Is de I dan niet van de ‘wij’ uit regel 2? Waarschijnlijk niet.

Z E I is ‘zei’ als in sprak, vertelde, deelde mede. En toch ‘was (er) geen geluid.’ Mogen we ‘Niemand’ veranderen in ’n iemand’ en ‘geen geluid’ in ‘G, een geluid’? Dan wordt het
’n iemand riep zijn naam vanuit een struik of een open raam, er was G, een geluid.’ Op die manier lossen we veel op. We hebben nu de naam; G. Dit is immers wat ’n iemand riep (..) vanuit een struik’ (een struik die een open raam lijkt?) Nu weten wij dus dat G de eerste en de laatste is.
Echter. ‘Wij’ spreekt hier over ‘d’r kuikens’ en wanneer ‘den maan en jij’ sterven komen zij uit op een ravenei. Dan is ‘d’r’ dus een raaf en zijn er verschillende kuikens. Ja? Hm.. Is dit het Z-EI, het laatste ei? Wie zijn ‘wij’ dan als zij niet van de raaf en haar kuikens zijn?

Een stap-voor-stap opbreking van de eerste drie regels:
Dag vee
Het vee wordt toegesproken; de koeien,de schapen, de varkens.
’n Hiaat:
Er is een lacune, iets is vergeten of verdekt
Zij had ’n ster
Aan haar was een ster toebedeeld
Wij betoveren oor in hasj
De sprekers veranderen het gehoor onder invloed van hasj
Red zelden d’r kuikens mooi
Zij lijkt haar kinderen niet te helpen?

Wat heeft dit te betekenen? Gelooft zij niet meer in haar kinderen nu haar kinderen niet meer in haar geloven? (het hiaat uit de eerste zin en de omschrijving uit de derde zin gekoppeld als reden en gevolg) En wat is de juiste interpretatie van de tweede zin ‘Wij betoveren oor in hasj’ – is deze verandering baadt of schaadt? Wanneer we ’n iemand’ uit de vierde zin van het ‘origineel’ kunnen verbinden met ‘wij’ uit de tweede zin van het anagram schieten we al wat verder op. Helaas kan ik deze connectie niet onderbouwen.

Den maan en jij ’n prima Z
Het ontvangende lichaam en jijzelf zijn een eerste en laatste
Sterf en kom uit op ravenei
Na een einde zie je wat de wereld is
Nu aan E
De spreker wendt zich tot E (de mens?)
Genegeerd als uw I
Buitengesloten en verdraaid