Ik had het een keertje hoog in de bol toen ik een Goetia evocatie deed en was arrogant, zonder merkbare reactie. De volgende avond vond ik opeens een verscheurd briefje van mijzelf terug met groot Tetragrammaton erop. Terwijl ik hierover nadacht bracht ik het glas appelsap naar mijn mond.
Net op tijd zag ik de dikke doorn erin drijven. Ik spoelde het glas om en ging naar de woonkamer. Net voordat ik op het kussen wilde gaan zitten waar ik van tevoren de hele tijd had gezeten zag ik een enorme ‘punaise’ (zo’n plastic ding met een spijker eraan wat onder sommige houten stoelpoten zit)
Voor allebei die ‘prikkels’ heb ik (g)een logische verklaring. Ik was die dag niet buiten geweest en heb ook geen doornstruiken hier in de buurt waar ik mij doorheen moet worstelen. De ‘punaise’ is van geen meubelstuk hier in huis of van ergens waarvan ik weet. Ik heb ‘m bewaard en in mijn kast gestoken zodat ik hem altijd zie als ik mijn spullen pak.
Dat deze voorwerpen zich uit het niets materialiseerden denk ik niet. De doorn zal vast ooit in mijn trui zijn geraakt of zo en vele wasbeurten hebben overleefd voordat ie losliet en in mijn glas viel. Het zelfde voor die punaise. Vast ooit bewaard, of misschien van een vorige bewoner geweest, en nu zijn weg naar mijn kussen gevonden – ergens uit gevallen of zo.
Dat gezegd hebbende is het natuurlijk wél zo dat ze zich samen presenteerden.
Maar goed, ik merkte ze beide op. Waarschijnlijk ook de bedoeling, alleen een waarschuwing.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten