maandag 28 maart 2011

Restenkozer

Restenkozers

In de studie der nagestaltes, en wel in de leringen van Askotadi vinden we voor het eerst de naam ‘restenkozer’ (paramagapis).
De term wordt hier gebruikt om verschillende leden van een groep verwilderde honden op de vlaktes van het kleine Eqbense schiereiland Avgora – die wij elders terugzien onder de naam aerelefthi en wiens motto ‘vrij als de lucht’ was – te beschrijven nadat zij door verregaande verschilling niet langer gelijk waren aan hun voortbrengers.
Naar mijn mening berust het ontstaan van deze term paramagapis op een vertaalfout die Askotadi of zijn bron maakte. Het Eqbens wordt zonder spaties geschreven, en is gevoelig voor interpretatie. Een voorbeeld bestaat in de tekst van het ‘lied van dar’ en de verschillende vertalingen.
Maar net zoals ‘doûytz’ dat oorspronkelijk de betekenis van ‘wind’ of – volgens Limzeln – ‘donderwolk’ had en via de vertaling van deze zelfde Askotadi als kartetheis zijn plaats vond in Unomos’ Boek der valsen – wat de bron is van ons ‘kaartvlieger’ – heeft paramagapis een waarde gekregen die zoveel groter is dan zijn betekenis. De roodgeverfde priesteressen van Arstarya; de zogeheten ‘Shridych’ en hun Skattense equivalent, de ‘Mamay’ zijn geworden wat Askotadi voor ogen had toen hij de samentrekking paramagapis al die jaren daarvoor schreef. Dat er geen enkele Schridychi of Mamayus is die ooit heeft gehoord van Askotadi maakt niets uit voor de huidige restenkozers die, zoals Modoz schrijft ‘achterstevoren lopen’.

Het verhaal van de Avgoraanse honden wordt zelden verteld in de hedendaagse voor de massa geschreven restenkozershandboeken. Volgens de versie waarop Askotadi zich baseerde, draaiden de verschilde honden. Ze draaiden zich en bleven draaien. Ze dachten hun motto ‘vrij als de lucht’ te zijn ontgroeid maar vonden nu alleen hun eigen staart. In Unomos’ Boek der valsen staat de versie van Nychtas, die verder gaat. De honden kunnen hun staart niet vangen. Maar het wordt het hoogste in hun bestaan. En grappig genoeg, zien zij hun eigen stront als waardevol. De voortdurende drang om deze eigen shit aan te prijzen werd hen uiteindelijk fataal, en de originele restenkozers zijn niet meer; nu zelf verworden tot resten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten